WIE IS Dick Pieterman

Dick Pieterman is op latere leeftijd getrouwd met Ineke en heeft 25 jaar de Heer gediend in opvang en zendings werk in Zuid-Frankrijk. Ze hebben geen kinderen, maar hebben het voorrecht veel geestelijke kinderen te hebben. In het jaar 2000 zijn ze naar Nederland teruggekeerd om leiding te geven aan de School for Harvest and Ministry, een fulltime dag-bijbelschool van 2 jaar, waarvan Dick tot juni 2018, directeur en leraar was.  Dick is een veel gevraagd spreker in Nederland en buitenland. De thema’s waar hij het meest over spreekt zijn: genade, het kennen van God, herstel van de mens, het hart van het evangelie, relatie en intimiteit. Dick ervaart het als een grote genade de Heer te mogen dienen en het evangelie van de genade van Jezus Christus te mogen brengen.

ZIJN MOTTO IS: Overweldigd door Zijn Liefde, een boodschapper zijn van Zijn genade.

ZIJN LIJFTEKST IS

Ik tel mijn leven niet en acht het niet kostbaar voor mijzelf, als ik slechts mijn loopbaan mag ten einde brengen en de bediening, die ik van de Here Jezus ontvangen heb om het evangelie der genade Gods te betuigen. Hand.20:24

VOORWOORD getuigenis Dick Pieterman

Schitterende genade.

Vanuit mijn eigen worsteling met allerlei vormen van dwaling en wetticisme, wil ik graag mijn getuigenis vertellen.  Door mijn opvoeding en verkeerde invloed van oosterse Godsdiensten en andere misleiding heeft het heel lang geduurd dat genade niet alleen een verstandelijk begrip was, maar ervaring werd in mijn leven. Wat een bevrijding! Het evangelie van genade werd schitterend licht aan het einde van een donkere tunnel.

Wat heb ik geworsteld met “voorwaardelijke” liefde, die afhankelijk was van mijn gedrag en prestatie. Mijn proberen als goed christen te leven, God in alles te gehoorzamen en uiteindelijke altijd weer te falen. Met al mijn goede werken, offers en discipline bleef schuld en veroordeling in mijn hart heersen met altijd die diepe angst om uiteindelijk toch door God afgewezen te worden. Zelf bijbel lezen was vaak een worsteling omdat ik teksten, door wettisch denken verkeerd interpreteerde. Als het ging over de rechterstoel van Christus waar God mij zou beoordelen, zou ik wel zeker door de mand vallen en afgewezen worden omdat ik niet heilig genoeg was.  In Openbaring 3:16 zegt de Heer Jezus dat hij hen die lauw is uit zijn mond zal spuwen en laat ik me nu toch lauw voelen. Dus voelde ik me door God veroordeeld en afgewezen.

Ja, en dan die dwaze maagden, die niet binnen mochten komen, omdat ze niet voldoende olie in hun lamp hadden. Laat ik nou toch voelen ook niet zo veel olie in mijn lamp te hebben, dus ik zou ook buitengesloten en afgewezen worden door de Heer!

Als ik niet alles opgaf, zoals Jezus zei tegen de rijke jongeling, dan kon ik toch echt niet het Koninkrijk binnengaan. Als ik een keer vrijmoedigheid vond om te bidden voor een wonder, dan kwam de tekst uit Mattheus 7:22-23 wel naar boven, waarin Jezus zegt tegen degenen die in Zijn naam wonderen hebben gedaan; Ik heb u nooit gekend; gaat weg van Mij, gij werkers der wetteloosheid.

Zo is mijn christen leven heel lang gemotiveerd geweest door schuld en veroordeling. Telkens probeerde ik maar beter mijn best te doen, want misschien zou God mij dan aanvaarden en liefhebben. Ik geloofde een voorwaardelijk evangelie.

Ik heb ontdekt dat als je genade niet begrijpt en je nog vast zit aan eigen prestatie en christelijk gedrag dat de mooiste bijbelteksten verkeerd binnen kunnen komen en je onder veroordeling brengen.

Wat een vreugde en vrijheid heeft het gebracht in mijn leven te ontdekken dat mijn heil niet afhankelijk is van “mijn gehoorzaamheid”, maar dat het is door de gehoorzaamheid van één mens, Jezus Christus ( Rom. 5:19). Dat God in Zijn genade totale vergeving van mijn zonden van verleden heden en toekomst aanbiedt alleen door het volbrachte werk van Jezus ( Luk. 24:47, Ef. 1:7).

Dat God door de dood van Jezus alles met zichzelf verzoend heeft (Col. 1:20). Dat alle bewijsstukken van mijn zonden uit gewist zijn (Col. 2:13-15) en de Heilige God mij nooit meer mijn zonden zal toerekenen( Rom. 4:8, Hebr. 8:12)   .

Door het volbrachte werk van Jezus kan God nooit meer boos op me zijn(Jes. 54:8-10), de straf is gedragen(Jes. 53:5) en er is geen enkele veroordeling meer voor hen die in Christus zijn( Rom.8:1).

Wat ben ik bang geweest voor God als Rechter, Hij zou mij zeker veroordelen. Maar nu weet ik dat de Rechter, door Zijn gerechtigheid mij zal vrijspreken daar ik mijn vertrouwen stel op het volbrachte werk van Zijn Zoon.

Mijn straf is gedragen en daar een straf nooit twee keer gedragen hoeft te worden, moet God mij vrijspreken om Jezus wil. Ik ben totaal geliefde en aanvaard enkel en alleen door het volbrachte werk van Jezus. Op grond daarvan, aanvaard God mij totaal, noemt Hij mij Zijn geliefde kind. Wat een “amazing grace”. Hem zij alle eer. Mijn bede is dat u door mijn getuigenis gezegend zal worden en Gods genade dieper zal leren kennen.

“Door de genade Gods ben ik, wat ik ben” 1Cor. 15:10

Getuigenis Dick Pieterman

Van duisternis naar Zijn wonderbare licht.

 Geboorte

Toen God mij op latere leeftijd, openingen gaf om in kloosters voor nonnetjes Gods woord te brengen, moest ik denken dat het misschien te maken had dat de eerste mens die ik op deze aarde zag een non was. Zou ik daarom dat ik zo’n goede klik hebben met nonnetjes?  Mijn ouders waren protestant, maar omdat mijn moeder bloedingen kreeg toen ik acht maanden was, werd mijn moeder opgenomen in een R.K. ziekenhuis en kwam ik één maand te vroeg ter wereld met hulp van nonnetjes in habijt en ze keken zo lief!

Voor zo ver ik me bewust ben kan ik me vrij rustige kinderjaren herinneren. Ik was de op één na oudste; ik had één oudere broer en twee broers en een zus jonger dan ik.

Mijn vader werkte hard in zijn eigen zaak en hij had niet veel tijd om met ons om te gaan. Mede door hun achtergrond konden mijn ouders nooit echt warmte tonen aan de kinderen, ze hielden van ons maar toonden het niet door te knuffelen en te zeggen: ik hou van je.

Ik herinner me nog als de dag van gisteren, dat mijn vader me een keer een compliment gaf, toen ik ongeveer 14 jaar was.

Hij zei: Wat zit je haar leuk. Ik was de koning te rijk. Tot de dag van vandaag kan ik voelen wat ik toen voelde, een gevoel van er te mogen zijn om wie je bent. Wouw, mijn vader vindt me leuk, super gevoel! Altijd was het uiterlijk heel belangrijk; als je er maar verzorgd uit zag, was het goed. Wat is het toch belangrijk onze kinderen bij brengen dat ze waardevol zijn om wie ze zijn! Al vroeg kreeg ik het idee mee, dat mijn waarde afhing van mijn uiterlijk gedrag en prestatie en of ik goede cijfers had op school. De boodschap die ik zonder woorden meekreeg was. Als ik maar goed presteerde, was ik geliefd en waardevol.

Ik herinner me een keer dat mijn vader hard moest remmen met de wagen om een ongeluk te vermijden. In plaats van te zeggen; Wat fijn dat we geen ongeluk hebben gehad of dank U Heer voor bescherming, zei hij: dat kost wel 10 gulden slijtage van de banden. Als kind dacht ik; tjonge, jonge 10 gulden, dat is veel! In mijn hart echter werd dit vertaald als: die tien gulden is waar het werkelijk om gaat, dat is waardevol, waardevoller dan geen ongeluk of onze levens.

Als kind ga je dan denken: geld is belangrijker dan wie ik ben. Toen ik kind was hadden we het niet rijk en toen ik een keer geld was verloren om koffie te kopen was mijn moeder in paniek omdat er dan geen koffie was voor de week en voelde ik mij vreselijk schuldig dat ik het geld verloren was. Het was natuurlijk ook moeilijk voor mijn ouders om de eindjes aan elkaar te knopen.

 Geloof

           We gingen altijd als gezin naar de Ned. Herv. kerk en als kinderen gingen wij naar de zondagsschool. Ik kan me niet herinneren dat iets van het geloof indruk heeft gemaakt; ik vond het leuk maar de verhalen van de Bijbel waren, voor mij als kind, toch iets van een ver verleden. Behalve één keer, toen ik misschien 8/9 jaar was. Blijkbaar was de zondagsschool leraar ziek geworden en was er een vervangster gekomen.

Ik weet nog heel goed dat ze op een heel levendige wijze over Jezus vertelde, dat Hij leefde en vandaag nog de zelfde wonderen kon doen als 2000 jaar geleden. Ze wist dit op een heel levendige wijze over te brengen en het maakte diepe indruk op me. Ik was er zo van onder de indruk dat ik ‘s nachts, van enthousiasme, niet kon slapen en er heel de tijd mee bezig was.

De volgende dag wilde ik aan mijn vriendjes vertellen dat Jezus leefde en wonderen kon doen. Van toen af aan wist ik dat Jezus leefde maar hoe ik dit kon beleven; hoe ik Hem kon ontmoeten, dat wist ik totaal niet.

Toch heeft dit voorval een diepe liefde en honger naar Jezus in mijn hart gegeven, wat me later toch voor veel dingen en zonden bewaard heeft. Wat belangrijk toch dat kinderen op een doorleefde wijze verteld wordt van Jezus.

 Frustraties

Er zijn verschillende voorvallen in mijn jeugd gebeurd, wat naar mijn inzien de wortels waren van latere frustraties en zonden. Toen ik op de derde of vierde klas lager school zat, heb ik een keer gevochten met een meisje en heb toen verloren en ben met mijn gezicht op de straat gevallen, waarbij stukken van mijn voortanden afbraken. Op school werd ik toen in de klas voor gek gezet dat ik met een meisje had gevochten en had verloren. Toen ik thuis kwam deed ik stoer net of er niets gebeurd was, en ik huilde ook niet over zulk soort dingen tot verwondering van mijn ouders.

Toen ik 12-15 jaar was kwamen er ook nog wat frustraties bij, waar later de duivel gebruik van kon maken. Daar ik de baard niet in mijn keel kreeg en ik nogal een hoge stem was, werd er nogal eens met me gespot met opmerkingen als; Je lijkt wel een gillende keukenmeid, wat een hoge stem heb je, je bent net een meisje. Ook opmerkingen als; Je hebt een kippenborst, je hebt kleine geslachtsorganen hebben me jaren gebonden gehouden.

Uiteindelijk bleken deze opmerkingen grote leugens, maar tientallen jaren hebben ze me gebonden gehouden. Wat belangrijk toch om op onze woorden te passen! Woorden kunnen mensen vervloeken en jaren gebonden houden. Door deze woorden, dacht ik later, in mijn puberteit, dat meisjes me eigenlijk niet mochten omdat ik niet mannelijk genoeg was, wat achteraf ook een grote leugen was omdat ik later hoorde, dat dezelfde meisjes, van wie ik dacht dat ze me niet mochten, eigenlijk verliefd op me waren.

Deze dingen en mede door geen positieve woorden van bevestiging door mijn vader, waren vruchtbare grond voor de ontwikkeling van homoseksuele gevoelens.

 Verkeerde seksualiteit

Een ander voorval wat me in aanraking bracht met verkeerde seksualiteit was een school vriendje. 

Ik was ongeveer 14 jaar, toen de onderwijzer op school zei of er iemand eens een zieke jongen wilde op zoeken. Die jongen heette Frits en hij had ernstige rug problemen waardoor hij maanden in bed moest blijven in een korset. Daar ik toch in mijn hart geloofde in de Heer, kreeg ik toen de overtuiging, dat God mij vroeg deze Frits op te zoeken. Ik weet nog heel duidelijk dat ik het heel bewust voor God deed, om voor God iets goed te doen.

Daar de ouders van Frits altijd ruzie hadden en er waarschijnlijk een scheiding in de lucht zat, waren ze vrijwel nooit samen, en was Frits heel eenzaam. Omdat hij van zijn twaalfde al op zijn bed lag en natuurlijk niet veel te doen had, was hij al heel ontwikkeld op seksueel gebied. Hij had altijd sterke verhalen en deed veel aan zelfbevrediging.

Voor mij was dat helemaal nieuw en eigenlijk de eerste aanraking met seksualiteit. Frits leerde me hoe je je zelf moest bevredigen en we deden dit ook samen. Ik wist eigenlijk helemaal niet, dat dit niet goed was en het was nieuw en best een lekker gevoel. Totdat ik er achter kwam dat als ik het een aantal dagen niet had gedaan, ik haast gedwongen werd er aan toe te geven en het maar niet kon overwinnen. Toen begonnen zich schuldgevoelens te ontwikkelen rond zelfbevrediging en het begon een grote frustratie te worden en een wortel van veel ellende en ongeluk.

Deze dingen hebben me helaas lange jaren in gebondenheid gehouden.

Schuldgevoelens waren toch al een groot probleem voor me omdat ik een sterk Gods bewustzijn had en ik daardoor, door Gods genade, nooit “grote” zonden kon doen. De enkele keer dat ik wel eens wat gestolen heb; zoals een keer een pakje sigaretten uit een winkel, dan voelde ik me dagen vreselijk schuldig.

Oudste broer

Iemand, die in die tijd veel invloed op me had, was mijn oudste broer Hans. Hij was heel intelligent en was na het gymnasium in Leiden Farmacie gaan studeren. Hij was ook altijd op zoek naar geestelijke dingen en kwam vaak met verhalen thuis van mensen, die allerlei bovennatuurlijke dingen meemaakten. Hij kon dingen, zelfs als ze achteraf niet waar waren, altijd op een zeer overtuigende wijze vertellen en ik geloofde het. Toen hij in Leiden ging studeren was ik ongeveer 16 jaar en ik vond het altijd erg interessant hem op te zoeken. Al spoedig kwam Hans daar in aanraking met drugs en begon hasj te roken. Toen ik een keer bij hem was, zei hij tegen me; je moet het ook eens proberen, met hasj kan je God ervaren en bovennatuurlijke dingen meemaken. Daar ik daar erg in geïnteresseerd was, begon ik ook hasj te roken.

Daar Hans in allerlei godsdienst was geïnteresseerd, was hij veel bezig met de oosterse Godsdienst. Het was in die tijd ook erg in; de Beatles hadden een goeroe en vele goeroes kwamen hun geluk proberen in het naïeve westen en velen werden misleid; zoals ook wij. Hans overtuigde mij en ik begon boeken van de oosterse meesters te lezen, die me erg aanspraken. Hans werd na een tijdje zelfs ingewijd bij een oosterse goeroe en werd een fervente discipel van de goeroe en bleef daarbij ook veel drugs gebruiken.

Homoseksueel?

Ondertussen was er iets anders voorgevallen in mijn leven wat veel angst had gezaaid. Ik had al gemerkt, dat mijn seksuele gevoelens naar jongens uitgingen, maar het was nooit tot me doorgedrongen dat ik misschien “homoseksueel” zou zijn.

Zelf denk ik dat dit ook niet zo was, maar door geen bevestiging van mijn vader, frustraties en minderwaardigheidsgevoelens naar meisjes toe, was ik seksueel meer op jongens gericht. Toen ik ongeveer 17 jaar was, kwam ik er op een keer met een schok achter, dat ik verliefd werd op  een jongen, die bij ons in de buurt woonde.

Toen ik op een keer ‘s avonds op bed lag had ik een vreselijke ervaring. Het was opeens, dat er voelbaar een duistere macht in mijn kamer kwam, een duivelse macht, die mij overweldigde met panische angst.

Het was toen alsof deze macht tegen me zei; Jij bent homoseksueel en panische angst vervulde mij. Ik schreeuwde, nee, nee, het is niet zo. Ik ervoer, dat deze macht probeerde bezit van me te nemen wat niet helemaal lukte maar die grote angst bleef wel aan me kleven. Ik was zo panisch van angst en schaamte, dat ik midden in de nacht, naar een park liep en daar God heb aan geroepen met heel mijn hart.

Ik heb in die nacht geschreeuwd tot God; God ik ben een man en ik ben niet homoseksueel. U hebt me toch als man geschapen, waarom heb ik die gevoelens, dit is toch niet uw wil, God.

Uit alle macht bood ik weerstand, maar ik kon me niet zelf verlossen, maar klampte me toch aan God vast. Ik kende Jezus nog niet persoonlijk en wist niet dat Hij me verlossing kon geven. Daarom besloot ik deze gevoelens heel diep weg te drukken en er weerstand aan te bieden. Deze grote schaamte en angst hebben mij gelukkig ervan weerhouden toe te geven aan homoseksuele verlangens en relaties aan te gaan. Sinds die nacht echter was er diepe angst en grote schaamte in mijn leven gekomen. Daarna kon ik ook geen meer hasj roken omdat ik dan paniek aanvallen kreeg. 

Religie

Door angst gedreven besloot ik me nog meer over te geven aan “godsdienst oefening”, in dit geval oosterse godsdienst. Dit alles om ergens God welgevallig te zijn en maar niet met mijn gevoelens en schaamte open te hoeven komen. Als ik maar probeerde God te behagen met goede werken zou het wel goed komen.

Die zomer gingen we, Hans, mijn broer, ik en een vriend op vakantie naar Griekenland. Onze godsdienst was een mengeling van godsdiensten, bijgeloof en drugs en we gingen dan ook altijd “geleid” door geesten op vakantie.

Daar in Griekenland had ik een keer een ervaring, wat ik pas later begreep. In mijn gedachten, zocht ik God en bad ik tot Hem en toen ik een keer aan het bidden was ervoer ik heel duidelijk, dat er een scheiding was tussen mij en God, maar ik wist totaal niet wat dit betekende. Ik begreep echter, dat deze scheiding onoverbrugbaar was en weggenomen moest worden voor ik vrede met God zou kunnen krijgen. Toen ik later tot bekering kwam begreep ik deze ervaring door een tekst in  Jes. 59:1 Zie, de hand des Heren is niet te kort om te verlossen, en zijn oor niet te onmachtig om te horen; maar uw ongerechtigheden zijn het, die scheiding brengen tussen u en uw God, en uw zonden doen zijn aangezicht voor u verborgen zijn, zodat Hij niet hoort.

Door deze tekst begreep ik dat het nodig was dat de Heer Jezus stierf voor mijn zonden, om die scheiding weg te nemen, die mij van God gescheiden hield. Hij was het, die mijn zonden op zich genomen heeft,  om mij weer tot God terug te kunnen brengen.

Zover was het helaas nog niet, terug van vakantie in Griekenland, werden mijn frustraties hoe langer hoe groter en de angsten dieper. Ik probeerde “God” te dienen, maar was verward door alle godsdienstige ideeën die in mijn hoofd waren. Ik las veel in het boek “de Meesters van het verre oosten” en voor mij was dit als een bijbel.

In die tijd, liep ik een stage in Sassenheim vanwege mijn opleiding als analist en woonde daar op kamers. Ik begon hoe langer hoe zweveriger te worden en geloofde dat als ik maar “geloof “had, ik op water kon lopen en door deuren heen kon gaan, zoals Jezus deed na Zijn opstanding.

In volle overtuiging, probeerde ik wel eens op water te lopen of door een deur heen te lopen, wat, gelukkig maar, nooit lukte, maar wat me toen frustreerde. Op het werk vertelde ik ook zulke verhalen aan mijn afdelingschef; als je gelooft, zei ik hem, kan je door deuren heenlopen.

Die arme chef, zat me dan, met glazige verbaasde ogen aan te kijken en ik verweet hem dan, zijn ongeloof. Het probleem was dat ik zelf geen eens wist waarin ik moest geloven; heel mijn geloof was gebaseerd op allemaal vage ideeën. Vooral het grote New Age idee; in ieder mens woont de Christus vonk en ieder mens is in wezen god zelf. Je hoefde het alleen maar te geloven en er naar handelen om het werkelijkheid te doen worden. Helaas geloof in leugens maakt je gebonden en is alleen maar vernietigend, geloof in de waarheid maakt vrij.

De meesters leerden ook, dat je de Christus niet buiten je moest zoeken; ze zeiden letterlijk je moet hem zoeken in de binnenkamer van je hart; daar is de Christus; jij bent in wezen de Christus; wees een Christus!

Zo was ik bezig, buiten de verlossing van Jezus Christus om; proberen de Christus te worden; wat een dwaasheid; wat een leugen en wat een angsten en frustraties gaf dat in mijn leven. Toch probeerde ik mij in te beelden, dat ik gelukkig was en dat ik de waarheid gevonden had.

Op een avond zat ik op mijn kamer te mediteren en door meditatie was in een redelijke zielsrust gekomen. Mijn geloof was, dat naast Jezus Christus, ook Boeddha, Mohammed, Shiva etc. ook christussen waren. Om die reden, las ik ook wel in de bijbel. Die avond was ik net aan het zoeken  in mijn binnenkamer om de christus te ontmoeten, toen ik de bijbel nam en ergens begon te lezen en wat ik toen las gaf mij een vreselijke schok: Indien dan iemand tot u zegt: Zie, hier is de Christus, of: Hier, gelooft het niet. Want er zullen valse christussen en valse profeten opstaan en zij zullen grote tekenen en wonderen doen, zodat zij, ware het mogelijk, ook de uitverkorenen zouden verleiden. Zie, Ik heb het u voorzegd. Indien men dan tot u zegt: Zie, Hij is in de woestijn, gaat er niet heen; zie, Hij is in de binnenkamer, gelooft het niet. Matt. 24:23-26

 Een grote angst kwam in mijn hart en ik kreeg de gedachte; Zou ik misschien misleid zijn? Van die dag aan begon mijn “geloof” te wankelen en dat door maar één woord, wat Jezus sprak; Indien men tot u zegt; zie, hij is in de binnenkamer, GELOOFT HET NIET!!

Ik dacht dat ik alles moest geloven en hier zei Jezus: Gelooft het niet; niet alles is waar.Ik begon te twijfelen; geloof ik wel de waarheid, is de christus wel in mij, ben ik wel op de goede weg.

In wat ik geloofde, ervoer ik ook geen enkele warmte en nabijheid van God, voor mij was God heel ver weg en ik kon me gewoon niet voorstellen dat Hij mij persoonlijk kende; laat staan van mij hield, ik moest heel veel doen om hem welgevallig te zijn, maar volgens mij interesseerde God zich helemaal niet in mij. Op een gegeven moment, waren we op bezoek bij vrienden van mijn broer in Friesland. In die tijd gingen veel hippies, daar op het platteland wonen; omdat zogenaamd de geestelijke wereld daar beter te bereiken was.

We waren op bezoek in een soort commune, eigendom van een meisje die zei dat ze heks was. Er waren een aantal mensen op bezoek, ook Amerikaanse hippies. Ze waren aan het vertellen, hoe de geesten hen leiden op reis door de wereld. Op een gegeven moment vertelden ze over een boek dat de Aquarian Gospel heette. Het was een boek, over het leven van Jezus, waarin verhalen werden verteld, die niet in de bijbel stonden. Het boek vertelde dat, Jezus in India en Griekenland was geweest en over de wonderen, die hij daar gedaan zou hebben.

Daar ik erg geïnteresseerd was, in Jezus, troffen mij deze verhalen en besloot dit boek te kopen. Ik weet nog goed, dat ik die avond een nieuwe soort vreugde had; de gedachte, dat Jezus me persoonlijke kende en nieuwe dingen aan mij wilde openbaren. Alleen deze gedachte maakte me blij. Ik wist toen niet, dat dit boek ook grote misleiding was, daar zou ik later achter komen. Alleen de gedachte echter, dat Jezus me zou kennen en in me geïnteresseerd zou zijn vervulde me met blijdschap. God heeft deze gebeurtenis gebruikt om me open te maken voor een werkelijke ontmoeting met Zijn Zoon Jezus.

Ik dook dus weer in mijn nieuwe boek en hoopte op nieuwe openbaringen. Daar Jezus niet gepredikt werd als degene die voor me gestorven en opgestaan was, vond ik geen vrede, en juist de angsten en onzekerheden werden hoe langer hoe groter.

In die tijd hoorden we ook veel, over de zogenaamde Jesus People. Ik kwam ze wel eens tegen voor het station, maar ging dan toch maar met een bocht om ze heen, omdat ik niet aangesproken wilde worden. Als de Jesus People echter door mijn vrienden belachelijk werden gemaakt, verdedigde ik ze altijd en zei dan altijd, dat ik ook geloofde dat Jezus leefde maar dat ik ook in andere godsdiensten geloofde.

Op een gegeven moment kreeg ik een folder van een zekere David Wilkerson, die in Den Haag zou komen. Op de folder stond: Jezus doet nog wonderen. Hé, dacht ik, dat is interessant, ik herinnerde me, dat ik toen ik acht jaar was zo aangesproken was door het feit dat Jezus vandaag nog wonderen kon doen. In die tijd had ik een Antilliaanse vriend, wiens moeder medium was. In hun huis hadden ze ook altijd seances. Toen ik bij hen kwam, vertelde ik enthousiast, dat er zaterdag avond een meeting zou zijn waar Jezus wonderen zou doen.

Ze antwoordde me toen: Oh, maar daar hoef je niet voor naar Den Haag te gaan, bij ons doet Jezus ook wonderen; we roepen geesten op, die met ons praten en ons ook wonderen tonen. Je kunt beter zaterdag met ons meegaan want wij hebben die avond ook een meeting, waar Jezus wonderen doet. Ik dacht, hé dat is wel wat dan zal ik dat maar doen, om niet naar Den Haag te hoeven gaan .

Toen ik naar huis liep dacht ik na over haar voorstel en bad op mijn wijze tot God, om te vragen wat God wilde. Een paar uur later, werd ik opgebeld dat de seance zaterdag niet door ging omdat deze vrouw ziek was geworden. Wat is God toch groot in zijn bescherming!!

De volgende dag, ging ik naar Den Haag met de trein en nam daar de tram naar de Houtrusthallen. In de tram kwam ik een vriend van me tegen, die naast me ging zitten en die me vroeg: wat ga jij doen vanavond? Ik zei hem heel naïef; oh er is een soort samenkomst, waar Jezus wonderen gaat doen en dat interesseert me. Mijn vriend keek me vreemd aan, maar allebei schrokken we ons rot, toen ineens iemand achter ons opstond en hard zei; Prijst de Heer, broeder.

De man was zo enthousiast, dat hij me haast omarmde. Ik schrok me rot en dacht; wat een mafkees; die zegt zomaar; Prijst de Heer en ik dacht ; ik ben je broer geeneens! Later begreep ik, dat die man echt dacht dat ik een gelovige was en me zag als een broeder maar voor mij was het maar vreemd dat een wildvreemde me “broeder” noemde.

Op naar de samenkomst, waar ik me niet veel meer van weet te herinneren. Na de prediking weet ik nog dat David Wilkerson zei: we gaan nu bidden en vragen of de Heer zich gaat openbaren. Toen hij bad, was het alsof er een wind door de zaal ging en ik ervoer de aanwezigheid van God. Toen David een oproep deed, kwamen honderden jongeren naar voren. Zelf ervoer ik ook een drang om naar voren te gaan maar in mijn gedachten zei ik; ik geloof toch; dit is niet voor mij. Ik dacht nog wel om naar voren te gaan, om die arme jongeren te helpen, maar wist zelf niet dat ik gebonden was door duisternis en zelf hulp nodig had. Ik dacht toen echt dat ik diepe openbaringen van God had ontvangen en geestelijk leiding moest geven aan anderen.

Helaas was ik een blinde, die blinden wilde leiden. Toch maakte al deze voorvallen dingen in mijn leven los, die me klaar maakten om de Jezus van de bijbel te leren kennen en te omarmen. Op de terugweg was iedereen in de tram aan het zingen en deze blijdschap maakte diepe indruk op me, omdat ik zo’n blijdschap niet kende.

Ondertussen was mijn broer als discipel ingewijd bij een oosterse goeroe en werd hij hoe langer hoe zweveriger. Hij was op het punt zich definitief aan te sluiten bij deze sekte. In die tijd was hij een keer in Amsterdam met deze sekte aan het “evangeliseren” in het Vondelpark. Bij “toeval” vond hij een folder van de Evangelische Bijbelschool “het Brandpunt”, wat hij in zijn zak stopte. Ook bij Hans, was er toch altijd een diep respect gebleven voor Jezus en de Bijbel. 

We vonden alleen dat die evangelische mensen een beetje kortzichtig en arm waren. Voor ons  bevatte iedere godsdienst een gedeelte van de waarheid, dus ook het christendom. Voor ons waren er immers meerdere wegen tot God en die unieke plaats, die Jezus had, zagen we niet.

Daar Hans op zoek was, wat hij in de toekomst moest gaan doen en geestelijke zaken hem interesseerde, was hij best geïnteresseerd in deze folder van de bijbelschool. Zo besloot hij een aanvraagformulier aan te vragen. Ik weet nog, dat we dit formulier samen invulden en vragen tegenkwamen, waar we niets van begrepen; zoals de vraag; kent U Jezus Christus als persoonlijke verlosser en heiland. We moesten erg om zulke, naar ons inziens, naïeve vragen, lachen en Hans vulde op goed geluk” ja” in op zulk soort vragen.

Hans kreeg een uitnodiging om te komen praten voor een intake gesprek. Als een langharige hippie nog midden in de duisternis, ging hij erheen. Ik weet niet wat er gebeurd is, maar God moet de ogen van de verantwoordelijken daar gesloten hebben, want wonder boven wonder, werd Hans aangenomen op de bijbelschool.

Bekering

Zo ging Hans, als ingewijde discipel van een goeroe, naar de bijbelschool met al zijn occulte boeken bij zich, want hij zou op de bijbelschool de mensen wel verder leren, dat er meer was dan Jezus alleen. Nu was er op de bijbelschool, Paul geheten, die dezelfde occulte en drugs achtergrond had als Hans, maar op een heel wonderlijke en krachtdadige wijze tot bekering was gekomen. Hij zag gelijk, dat Hans niet bekeerd was en nog in de duisternis was. Hij vroeg aan Hans of hij Jezus wel persoonlijk had aangenomen en na een lang gesprek zag Hans, dat het niet goed was in zijn leven en kwam hij er toe, werkelijk Jezus aan te nemen en vergeving van zonden te ontvangen.

Ik wist echter niet, dat dit gebeurd was op de bijbelschool en het eerste weekend, dat Hans thuiskwam, was ik stomverbaasd toen ik hem zag. Zijn gezicht straalde namelijk en ik vond hem zo veranderd dat ik gelijk uitriep; joh, wat is er met jou gebeurt? Direct zei hij, we hebben ons vergist, we zijn verkeerd bezig geweest, want Jezus is de enige weg; niemand komt tot de Vader dan alleen door Hem. Ik dacht: nou, die is geflipt en gek geworden. Ik ergerde me mateloos aan die woorden; niemand komt tot God dan alleen door Jezus. Ik dacht: wat een hoogmoed, want ik begreep direct de gevolgen van die woorden. Als dit waar zou zijn, zou dat betekenen, dat al die andere godsdiensten niet de weg tot God waren en dat ik me vergist had. Ik antwoordde dan ook geërgerd aan Hans, dat ik dit wel te ver vond gaan en belachelijk vond. Hans zei toen; maar het is Jezus zelf die dit zegt, het is geen theorie van mensen. Na door gesproken te hebben die avond begreep ik dat ik een keuze moest maken wat betreft de persoon van Jezus. Of Jezus was een gemene leugenaar of wat Hij zei was de waarheid en dat hield in dat ik me moest bekeren en me af moest keren van deze dwaalwegen. Toen ik zo nadacht over de persoon van Jezus, kon ik niet anders dan zeggen; neen; deze persoon is geen leugenaar, dit moet de waarheid zijn. Maar waarom was Hij alleen, de enige weg.?

“Toevallig” had ik net een boekje gekregen van mijn oma; Het Normale Christelijke Leven van Watchman Nee. Toen ik dit boek begon te lezen gingen langzaam mijn ogen open, waarom Jezus echt de enige weg is. Ik had namelijk vergeving nodig en verzoening met God en God kon alleen mijn zonden vergeven, omdat Jezus de straf voor mijn zonden had gedragen. Dit had namelijk geen een andere geestelijk leider in andere godsdiensten gedaan; zijn leven geven voor zijn discipelen. In alle andere godsdiensten, moet jij je leven offeren om God welgevallig te zijn en misschien na meerdere levens van goede werken kon je dan in de volmaaktheid in gaan. Maar nu had Jezus, de Zoon van de levende God, zijn leven gegeven om mij vrij te maken van zonde en schuld. Hierdoor kon God mij op een rechtvaardige basis vergeven en verlossen. Hoe meer ik dit begon te begrijpen hoe meer ik Gods vrede ervoer.

Toch zou het nog lang duren, eer ik werkelijk me kon ontspannen in de genade van God en tot de rust in te gaan, die God voor me had. Ik was zo gewend te werken en te streven om bij God in een goed blaadje te komen, dat ik in de praktijk, ondanks dat ik wist dat Jezus alles volbracht had, ik toch heel de tijd probeerde me voor God en mensen “geestelijk” voor te doen. De realiteit was dat ik heel veel problemen, pijn en zonde, gewoon wegstopte en mijn diepe problemen bedolf onder bijbelteksten en bijbel kennis.

Het woord van God is echter niet gegeven om onze problemen  achter te verbergen, waardoor ze in wezen niet verandert worden. Neen, Gods woord is als een tweesnijdend zwaard, om juist de diepe problemen open te leggen, opdat God erin kan komen met Zijn heil, verlossing en genezing. In het begin heb ik vele broeders en zusters dol gemaakt met mijn zogenaamde kennis. In het begin ging ik met de bijbelse waarheid om, door het als een soort goeroe te etaleren voor de mensen.

Ik las boeken van Watchman Nee en ging dan gelijk deze waarheid leren aan argeloze slachtoffers (christenen in de koffiebar en dergelijke). Het probleem was, dat het gewoon nog niet waar was in mijn leven en het voor het grootste deel theorie was. We waren echter enthousiast en God gebruikte het toch op zijn wijze. God zou echter in de loop van de jaren al deze muurtjes laten vallen, om werkelijk mijn hart te kunnen aanraken.

Toch zag ik op een geweldige wijze, dat Gods Woord de waarheid is en dat het vrij maakt. Ik had best nog moeite in het begin te aanvaarden, dat al die andere leren en boeken, als het boek van de Meesters van het verre oosten en de Aquarian Gospel, een leugen was . In het boek “de Aquarian Gospel” werd geleerd, dat de vader van Abraham een volgeling was van brahma, een hindou god; dit om te bewijzen dat Abraham zijn geloof had van zijn vader en daarom alle godsdiensten goed waren. Gods woord echter openbaarde de leugen; want ik las in de bijbel het volgende: Terach, de vader van Abraham en de vader van Nachor, en zij hebben andere goden gediend Jozua 24:2. 

Hierdoor begon ik in te zien dat deze boeken een leugen waren. In dit boek werd o.a. ook geleerd, dat Jezus naar Egypte ging als kind om daar zijn leer te krijgen en onderricht te ontvangen van de wijzen van Soan; een soort “profeten school” in Egypte; Het waren deze wijzen, die Jezus zouden hebben ingewijd in de “goddelijke” kennis en wijsheid. Toen las ik in de bijbel het volgende wat me de schellen van de ogen deed vallen: Louter onverstandigen zijn de vorsten van Soan, de wijste raadslieden van Farao; een dwaze raad,  Verdwaasd zijn de vorsten van Soan, zij leiden Egypte op een doolweg.  De Here heeft hun een geest van bedwelming ingegoten, zodat zij Egypte op een doolweg leiden bij al wat het doet. Jes. 19:11 

Zo ervoer ik hoe de waarheid mij vrij maakte. In die tijd was ik 21 jaar en ik begon God te bidden, wat Hij van mij wilde. Daar ik nog in militaire dienst moest en ik met dienstweigering bezig was, had ik na mijn studie als botanisch analist nog enige maanden over voordat ik voor de commissie voor dienst weigeraars moest verschijnen.

Ik begon toen te werken in een bejaarden tehuis, om maaltijden voor bejaarden weg te brengen. Op een gegeven moment ontmoette ik een broeder uit den Haag in de koffiebar van Youth for Christ. Hij vertelde mij van een opvangcentrum voor verslaafden in Den Haag, wat net geopend was. Ik vertelde, dat ik nog tijd over had en hij zei, dat ze mensen zochten om wat opknapwerk te doen; zoals behangen en schilderen. Ik zei hem, dat ik dit toch niet lang kon doen, omdat ik nog in militaire dienst moest. Hij zei toen; als je gehoorzaam bent aan God en je doet wat God zegt, dan zal God er door middel van een dominee er voor zorgen, dat je niet in militaire dienst hoeft.

Deze broeder zei nog andere dingen en ik ervoer ze als een profetie van God, wat me met blijdschap vervulde. Jaren later zou alles wat deze broeder profeteerde, waar bleken te zijn en door een wonder, zou ik mede door een dominee, uit dienst blijven, terwijl menselijk gezien hier geen enkele mogelijkheid toe was. Toen ik later deze broeder weer eens ontmoette en hem vertelde wat hij toen tegen mij had gezegd en dat het profetisch uitgekomen was, bleek dat hij geeneens in profetie geloofde, maar God had hem toch daarvoor gebruikt.

Zo kwam het, dat ik op een dag naar Den Haag toog, om kennis te maken met dit opvangcentrum en om daar wat te gaan klussen.  Het centrum bleek opgericht te zijn door Tante Olly en Tante Molly (ander naam voor tante Myra). Na de tweede David Wilkerson campagne in Den Haag bleek er grote behoefte te zijn aan een opvangcentrum in Den Haag en deze zusters hadden de moed gehad, dit centrum te beginnen.

Na een gesprek met deze zusters, besloot ik voor een paar maanden te gaan helpen in Den Haag. De bedoeling was niet, dat ik echt opvang ging doen maar gewoon wat opknap werk zou gaan doen. Ik was immers totaal niet klaar, om zulk zwaar werk te gaan doen onder verslaafden, die ook vaak heel occult gebonden waren. Toch liepen de dingen heel anders, eigenlijk waren alle medewerkers groentjes op dit vlak en vaak onkundig op het gebied van de verslavingsproblematiek. Niemand wist precies hoe verslaafden geholpen moesten worden, maar we vertrouwden op de Heer. Daar ik zelf ook drugs had gebruikt, al was het dan wel geen harddrugs, werd ik al snel gezien als een “deskundige” en werd mijn mening gevraagd en zo kreeg ik gelijk een grote verantwoordelijkheid in dit huis. Dit ook mede, doordat vaak medewerkers het niet aankonden en wegvluchten. Ondanks de moeilijkheden, deed ik het met plezier voor de Heer en we maakten vaak heel fijne dingen mee. Toch werd het emotioneel hoe langer hoe zwaarder. Diep in mijn leven waren problemen niet opgelost en was er schaamte en schuld vanwege mijn homoseksuele gevoelens, die ik diep ik wegstopte.

Door God te dienen, te evangeliseren probeerde ik diepere vrede in mijn ziel te vinden. Toch klampte ik met alles wat in mij was aan God vast. In het begin van mijn bekering had ik wel eens lijst gemaakt van zonden, die ik moest belijden, wat ik dan samen met een vriend deed. Dit gaf wel een gevoel van opluchting, maar er bleef onvrede, ook omdat ik het werkelijke evangelie van Gods genade nog niet kende. Mijn belijdenis van zonden zijn geen voorwaarde tot vergeving, alleen geloof in het volbrachte werk van Jezus brengt volkomen vergeving van zonden, alleen het bloed, zonder belijdenis. Belijdenis is alleen goed om die vergeving te ontvangen.

Ondanks ik werkelijk alles wilde belijden, durfde ik de werkelijke problemen en schaamte van mijn hart aan niemand te vertellen. Schaamte en trots hielden me vast om dit aan iemand te belijden. Soms kwam ik wel eens in samenkomsten, waar de Heilige Geest krachtig werkte en ik voelde me dan ellendig en werd soms helemaal benauwd door de duisternis en problemen in mijn leven. Als er dan een oproep werd gedaan, was ik als het ware vastgenageld aan mijn stoel en durfde, door schaamte en trots, niet naar voren te gaan voor gebed.

Dan ging ik maar hard bidden. Na de afloop van zo’n dienst deed ik dan heel enthousiast, om maar te laten zien dat het “goed” was met me, maar ik voelde me beroerd. Op deze momenten begreep ik, dat de duisternis het licht haat en niet tot het licht wil komen. Ook begreep ik dat voor verlossing het zo nodig dat we de diepe dingen van ons leven opengooien (in het licht brengen); alleen dan kan het bloed van Jezus ons reinigen en verlossen. Gelukkig is God zo liefdevol, genadig en geduldig; Hij wacht, totdat we het wel aankunnen en geeft dan meerdere kansen. Ondertussen wilde ik alles voor God doen, behalve eerlijk aan iemand vertellen, dat ik problemen had met zelfbevrediging en homofiele gevoelens. Ik schaamde me er zo voor, dat ik liever zou sterven, dan dat aan iemand te vertellen. In mezelf zei ik altijd; Heer, ik heb dit aan u beleden, het is vergeven en ik hoef het tegen niemand te vertellen. In wezen stopte ik mijn probleem diep weg door schuld en schaamte.

God kan dingen niet genezen, als ze verborgen zijn

Ik was op een dag aan het vasten  en bidden en zei  tot de Heer; Heer, ik wil u dienen, ik wil alles voor u doen; zeg maar wat U wilt dat ik doe? Het is heel mooi, zo te bidden maar ook heel gevaarlijk, want het zou wel eens kunnen, dat de Heer dingen vraagt, die je helemaal niet wilt en dat gebeurde dan ook bij mij . Plotseling hoorde ik dit in mijn hart. Dick, je moet eens aan Tante Myra (de directrice van het opvangcentrum) gaan vertellen, dat je problemen hebt met homofiele gevoelens en haar voor gebed vragen.

Toen ik dit hoorde, klopte mijn hart haast uit mijn borst en begon ik helemaal te zweten en dacht: oh, nee hè, dit nooit, nooit! Dit zal niemand, nooit, nooit van mij weten!! Met heel veel moeite, kwam ik toch tot een soort overgave en zei tegen de Heer; Heer dan moet U dit maar leiden. Gedurende minstens drie maanden worstelde ik verder, zonder het ooit aan Tante Myra te durven te vertellen. Na een tijdje begon ik alweer te denken; misschien heb ik het wel zelf verzonnen, dat ik zoiets aan een mens moet vertellen; ik heb het toch beleden aan de Heer.

Ik durfde echt niet meer te veel te bidden en te vasten, want stel je voor dat de Heer weer zoiets afschuwelijks zou vragen. Toch kon ik geen vrede vinden en omdat ik hoe langer hoe meer  mijn vrede begon te verliezen, heb ik op een avond de stoute schoenen aan getrokken en midden onder een telefoongesprek, wat overigens over een ander onderwerp ging, tegen Tante Myra gezegd, dat ik problemen had gehad met homofiele gevoelens, maar, dat de Heer me verlost had.

Ik maakte het, door schaamte, mooier dan dat het in werkelijkheid was, want ik had er nog steeds veel strijd mee. Toch alleen al het feit, dat ik het aan iemand had kunnen vertellen, luchtte me enorm op en gaf al een stuk verlossing. Toch zouden er nog jaren voorbij gaan, voordat de problemen, diep in de wortels aangepakt zouden worden. Achteraf vind ik het jammer, dat ik me toen niet echt voor de Heer heb kunnen vernederen, om deze problemen echt in waarheid en in de diepte te kunnen belijden en ook hiervoor gebed en bevrijding te zoeken. Ergens hield de schaamte en trots me tegen dit te doen en ook, dat ik mijn christelijke gezicht niet wilde verliezen; ik was immers een gerespecteerde medewerker van een opvangcentrum; dan kan je toch geen grote problemen meer hebben. Wat kan een mens toch vroom zijn! Ik was dat betreft als Jakob in de bijbel, die vluchtte voor de werkelijke problemen van zijn hart, zijn manipulatie en hielenlikkerij totdat hij God ontmoette in Pniël en God in de worsteling Hem aanraakte. Toen ging het Jacob niet meer om zijn geboorterecht of bediening, maar wilde hij God leren kennen en door Hem gezegend worden. Zo moest God mij ook brengen op een punt, dat ik de werkelijk problemen van mijn hart onder ogen zou durven zien en bij Hem brengen.

Beproevingen

Toen ik ongeveer een jaar had meegewerkt in het opvangcentrum, ik was toen 23 jaar, kwamen er grote problemen tussen tante Olly en tante Molly (Myra); een lange machtsstrijd begon, wat eindigde in een scheuring in het huis. Tante Olly ging met een aantal medewerkers weg omdat ze vond, dat Tante Myra van de duivel was bezeten. Al met al was het zeer onverkwikkelijk en ook heel moeilijk te aanvaarden. Toen ik tot bekering kwam, dacht ik echt, dat onder de Christenen altijd liefde, vrede en begrip zou heersen en dat was al heel snel een koude douche.

Helaas is er nog zoveel haat en nijd onder christenen en alleen, omdat we eigenlijk ons leven niet willen verliezen en bij onenigheden, zo op onze rechten blijven staan en dan de minste niet willen zijn. Er is wel eens gezegd, dat de kerk het enige leger is dat zijn eigen soldaten afschiet. Wat belangrijk is het toch om telkens in berouw terug te gaan naar het kruis, waar Jezus voor ons gestorven is maar wij ook met Hem! Door al deze voorvallen, leerde ik wel, me alleen aan de Heer Jezus vast te klampen en in Hem vond ik een geweldig trouwe vriend, die wel volmaakt was. God heeft me door Zijn genade ervoor bewaard bitter te worden, door wat ik meemaakte onder christenen. Ik ervoer zo mijn eigen schuld en onwaardigheid, dat ik dacht: als God mij genadig is, zal Hij, dat ook voor de ander zijn.

Deze houding bewaarde mij voor veel bitterheid. Het is zo jammer te zien, dat veel christenen na een scheuring in hun kerk, door bitterheid afvallen van hun geloof en zelfs de Heer de rug toekeren. Hadden ze maar begrepen, dat God deze dingen vaak toestaat, opdat ons hart in waarheid alleen op Hem gaat steunen en we de volmaaktheid alleen van Hem gaan verwachten en niet meer van elkaar en van de gemeente.

Door alles heen, ging ik echt door het vuur en ik had het gevoel, dat ik na mijn bekering nog nooit zoveel strijd had gehad. Toch hielp dit mij, me aan de Heer vast te klampen en in Hem een trouwe vriend te vinden. Ik schreef toen op in mijn dagboek: Wat geeft het als de duivel mij pijn doet en breekt; mijn lijden brengt mij alleen dichter bij Jezus en Jezus reinigt mij door het lijden. Wat mij in het begin ook enorm geholpen heeft, om alle strijd en moeilijkheden te aanvaarden, was het boekje “From prison to praise”, waarin geleerd word, hoe belangrijk het is, God onder alles, in alles en voor alles te prijzen, omdat Hij God is en alle dingen doet medewerken voor degenen, die Hem liefhebben. Dit te hebben mogen leren is voor mij een geweldige zegen geweest en heeft me voor veel bitterheid en depressie bewaart.

Naar Frankrijk

Toen het opvangcentrum Hebron twee jaar bestond, ontstond eind 1974 het plan een tweede centrum te openen in Zuid Frankrijk. Daar ik ondertussen min of meer de rechterhand van Tante Myra was, toog ik met haar en een andere medewerker, begin 1975 naar Frankrijk, om terreinen te zoeken. Na meerdere terreinen gezocht te hebben, werd uiteindelijk besloten terreinen aan te kopen in de Lanquedoc in de Minervois. We wilden dan op deze terreinen wijngaarden gaan planten, om later te voorzien in onze inkomsten.

Nadat Tante Myra nog enkele reizen met anderen had gemaakt werd uiteindelijk in mei besloten te verhuizen met een groepje naar Frankrijk; Tante Myra, ik en  een andere medewerker. Ik had serieus gebeden voor bevestiging of ik naar Frankrijk moest. Op een keer toen ik de kerk van mijn ouders was, bad ik tot God Heer, toon me de weg die ik gaan moet. Op het moment dat ik het bad begonnen we het lied te zingen:

“Wat de toekomst brengen moge, mij geleid des Heren hand. Moedig sla ik dus de ogen naar het onbekende land. Leer mij volgen zonder vragen; Vader wat Gij doet is goed! Leer mij slechts het heden dragen met een rustig kalme moed.”

Heel diep sprak dit lied tot mijn hart en ervoer ik dat God zei: Ga, naar dit onbekende land. Zo gingen we uitgezonden door de gemeente in Den Haag, naar Zuid-Frankrijk. Tante Myra nam een kamer in een naburig gehucht en wij sliepen in een gammele tent op het terrein, waar later het huis Horeb gebouwd zou worden. Tante Myra was echt iemand van geloof; voor haar had de Heer gesproken, maar we hadden niets anders dan wat kale terreinen en een tent, dat leek niet zo erg op een tweede opvangcentrum. We waren echter pas bekeerd en enthousiast en alles was nieuw. Toch hadden we vaak diepe ervaringen met de Heer en bevestigde Hij zijn weg!

We merkten, dat de Heer op een diepe wijze werkte en ook de aanvallen werden ons niet bespaard. In Holland waren de roddelverhalen legio over ons en het was dan ook een project wat menselijk gezien, krankzinnig was. Zeker de mensen, die niet meemaakten wat- wij meemaakten begrepen er niets van! We ervoeren vaak op een speciale wijze Gods bescherming. Op een keer was heel de heuvel op ons terrein Horeb afgebrand en de brand was op een heel wonderlijke wijze precies voor de grens van ons terrein opgehouden. De duivel kan aanvallen, maar nooit verder gaan dan de Heer wil; er zal geen hoofdhaar van ons hoofd vallen, zonder dat Hij het wil.

Al snel in het begin begrepen we, dat we niet te lang in een tent konden blijven. In de buurt was er een forellenkwekerij te koop aangeboden. Nadat we ervoor gebeden hadden werd duidelijk dat we deze kwekerij moesten kopen, omdat ons dit in de gelegenheid zou stellen gelijk inkomsten te hebben, tuinen aan te leggen en een woning te hebben.

Zo trokken we op 22 juni 1975 naar Cantignergues en gingen de forellenkwekerij runnen. Tante Myra hielp met haar 68 jaar nog hard mee op de kwekerij. In die tijd begonnen ook de eerste jongens uit Nederland te komen voor verdere nazorg. Daar alles nieuw en een uitdaging was, maakte niemand veel problemen van alle primitieve toestanden: zoals één douche en toilet voor tien mensen, een schuur om in te slapen enz.

In de loop der jaren zouden we in het gehucht Cantignergues meerdere huizen erbij kopen en zou het werk tot zegen zijn voor veel jongeren. Makkelijk was het niet; maar altijd was mijn gebed; Heer, wilt U alles gebruiken om mij te vormen tot hoe U mij wilt hebben. Ik ga nu niet verder in op wat we meemaakten in het werk, de strijd en de overwinningen maar mijn doel met het schrijven van dit getuigenis is om te vertellen wat God in mij heeft gedaan!!

Blokkades

Op een één of andere wijze kwam ik maar niet tot een doorbraak in mijn leven. Ondanks dat ik fijne momenten met de Heer mee maakte, was er toch altijd een demonische druk in mijn leven. Ik werd snel moe vooral met auto rijden en als ik de zangdienst of bijbelstudie moest doen ervoor ik ook deze moe en matheid. Op een één of andere wijze kon ik de Heer niet met vreugde dienen. Ik voelde me altijd onwaardig en schuldig mede door mijn homofiele gevoelens en dat ik geen overwinning had over zelfbevrediging; deze dingen  waren  een grote schaamte in mijn leven, mede doordat ik er ook niet echt open meekwam, al was Tante Myra er wel van op de hoogte en werd er ook voor gebeden.

Samen met Tante Myra baden we er voor, wat deze matheid was, in mijn leven en op een gegeven moment kwam Tante Myra ermee dat, de Heer haar geopenbaard had, dat er een familieban en een geest van dood in mijn familie was. Ook zou er nog een vloek vanuit de oorlog zijn die te maken had met de nazies. Tante Myra kreeg ook een woord uit Jozua zeven, waarin wordt verteld dat Achan iets van het gebannene nam en er een ban kwam over het volk. De tekst die ze voor mij kreeg was: “Daarom kunnen de Israelieten geen stand houden tegen hun vijanden. Zij keren hun vijanden de rug toe, want zij liggen onder de ban. Ik zal voortaan niet meer met u zijn, indien gij niet de ban uit uw midden uitdelgt. Sta op, heilig het volk en zeg: Heiligt u tegen morgen, want, zo zegt de HERE, de God van Israel: er is een ban onder u, Israel, gij kunt geen stand houden voor uw vijanden, voordat gij de ban uit uw midden hebt verwijderd.” Joz. 7:12-13

Helaas werd toen niet de blijde boodschap erbij verteld, dat de Here Jezus elke vloek en ban gedragen had, van mij en mijn voorgeslacht. Natuurlijk kunnen er dingen zijn die opgelost moeten worden en vloeken die je kunnen binden uit het voorgeslacht, maar het moet altijd benaderd worden vanuit Zijn volbrachte werk. Ik kan geen vloek of ban breken door iets wat ik doe, maar alleen door mijn geloof dat Hij de ban en vloek gebroken heeft op Golgotha. Doordat dit niet goed werd uitgelegd, ben ik ook in een stuk misleiding terecht gekomen.

Naar aanleiding hiervan schreef ik brieven naar mijn ouders dat er een ban in de familie was en dat dit waarschijnlijk iets met de nazies te maken had of de hitlergroet. Mijn ouders begrepen er helemaal niets van en ontkenden in alle toonaarden. Ook als ik erover schreef aan Hans werd er in onbegrip geantwoord. Het was een erg moeilijke periode waarin ik schreef in mijn dagboek: Oh, lieve Heer, ik ben vaak zo onzeker en zo bang misleid te worden. Leidt U mij in rechte sporen om uws naam wil. Help mij tevreden te zijn met wat ik heb en U toch altijd te danken ondanks de enorme strijd en mistbanken....Ik geloof, kom mijn ongeloof te hulp; U heeft alles volbracht.

Er waren in die tijd erg veel aanvallen, ook van het bestuur van het opvangcentrum in Holland. We dachten echt in de weg van God te gaan en vaak schreef ik; De Heer zal ons de overwinning geven en het licht zal doorbreken. Toch zou op bepaalde vlakken het licht niet doorbreken en op bepaalde punten nooit een doorbraak komen. Het enige licht wat in die jaren door zou gaan breken is dat ik het evangelie van Gods pure genade beter zou gaan verstaan. Ik mag voor een heilig God staan, enkel en alleen door wat Jezus heeft volbracht. In die heel moeilijke tijd ervoer ik wel telkens dat God getrouw is, liefdevol en vol van genade.

Mijn ouders begrepen er hoe langer hoe minder van en ik zat ook in het nauw. Toen Tante Myra een keer in Nederland was, belde mijn moeder en Tante Myra werd, naar haar zeggen, na dit telefoon gesprek haast gewurgd door een “moord geest”. Ik wist niet wat ik hiermee aanmoest en Tante Myra vond, dat ik streng moest zijn. Het liep daarom na een aantal maanden van schrijven uit op een definitieve breuk met mijn ouders, die dit helemaal niet begrepen.

In het begin belde mijn moeder wel eens op of ze misschien eens langs mocht komen; ik moest op al deze dingen, nee, zeggen wat hartverscheurend was en voor mijn moeder en voor mij. Zo heb ik twaalf jaar geen contact gehad met mijn ouders. Want anders zou ik niet vrij komen uit de ban en vloek. Wat een onbegrip van het evangelie van genade, ook in het hart van mijn leider Tante Myra. Het is echt niet door mijn breken met mijn ouders, dat ik de ban zou kunnen breken. De ban en vloek IS gebroken 2000 jaar geleden door Zijn volbrachte werk aan het kruis. O, was dit evangelie van genade mij toen maar verteld!

Wat me staande hield was het feit, dat ik het voor de Heer deed, om er alleen voor Hem te zijn, heilig voor Hem te zijn en dan door Hem machtig gebruikt te worden. Alleen de echte zegen bleef uit, er werd niets opgelost, omdat het niet uit geloof was, maar uit eigen werk.  Ik heb toen uit ervaring geleerd dat de wet onder de vloek brengt en het werd  een ziel kwellende en verscheurende tijd. Als mijn moeder dan schreef; Hebben we dan niet dezelfde Heer? Dan deed mijn hart pijn en schreeuwde ik naar de Heer; Heer U kent mijn pijn en de pijn van mijn moeder, maar toch wil ik uw weg gaan. O had ik Gods genade maar gekend, ik dacht dat ik het moest doen door mijn prestatie en ik de prijs moest betalen. O, waren mijn ogen maar open geweest dat de vloek en ban gebroken zij op het kruis van Jezus.

Op een dag waren mijn ouders helemaal naar Zuid-Frankrijk gereden, in de hoop om mij te zien en op te zoeken. Ook toen voelde ik me verplicht om nee te zeggen, maar mijn hart scheurde; te weten dat mijn ouders op 10 Km afstand waren en ik ze niet kon zien en spreken. Zo gingen mijn ouders weer onverrichter zaken terug naar Nederland, ook met een verscheurd hart. Toch dacht ik dit echt voor de Heer te doen en zocht ik met heel mijn hart de Heer en ik hoopte, dat mijn ouders ook zo de Heer zouden zoeken om zich te laten doorgronden maar ze vonden, dat zij niet fout zaten.

Toch gaf de Heer in zijn liefde vertroosting, al kreeg ik geen licht op deze zaak en werd het een bron van pijn gedurende twaalf jaar. Gelukkig laat God alle dingen medewerken voor degenen die Hem liefhebben en deed Hij toch zijn werk in mij. Door alles heen leerde ik meer en meer het evangelie van genade kennen, dat ik NOOIT rechtvaardig voor God kan worden door mijn werk of prestatie, maar alleen door geloof in Zijn volbrachte werk. Met heel mijn hart dacht ik God te behagen door met mijn ouders te breken. Tot ik tot de ontdekking kwam dat Gods welgevallen over mij is door wat Jezus heeft gedaan.

Toen ik uiteindelijk na twaalf jaar mijn ouders weer heb ontmoet, had mijn breuk met hen geen genezing en verlossing gebracht. Ik durfde omdat ik Gods liefde en genade dieper had leren kennen weer contact met hen op te nemen. We hebben toen veel dingen uitgepraat, maar iets van een ban, is nooit boven water gekomen. Toch heeft mijn vader t toegeven, dat hij nooit van mij had kunnen maken wat de Heer in die twaalf jaar had gedaan; mijn vader zag toch de vrucht van deze moeilijke weg in mijn leven.

Veranderingen

Jaren lang heb ik zo in goede dagen en slechte dagen de Heer gediend in Zuid-Frankrijk. Toen Tante Myra tegen de tachtig liep was het niet altijd makkelijk. Ik trok altijd met haar op; in het werk, op reis, in de vakantie. Op het laatst moest ik haar bij veel dingen helpen en haar in een rolstoel duwen als ze bijv. naar de markt wilde. Ik deed het voor de Heer en vaak ook met een blij hart. Ik moest wel steeds mijn eigen verlangens, en vriendschap met mensen van mijn leeftijd verloochenen en wegdrukken. Wat niet altijd goed uitpakte later; het is goed je zelf te verloochenen maar er zijn ook verlangens waaraan gehoor gegeven moet worden en die ontplooid moeten worden anders lijdt je persoonlijkheid schade.

Op 31 april 1989 overleed Tante Myra, in mijn aanwezigheid, door een plotselinge hartstilstand. Toen kreeg ik plotseling de verantwoordelijkheid van het werk, wat niet eenvoudig was. Het werk was de laatste jaren ook open  gegaan voor de fransen; ik gaf ook al jaren bijbelstudies in de naburige dorpen en mijn verlangen was dan ook, dat het werk Frans zou worden. De dag, dat Tante Myra overleed, kwamen franse vrienden op bezoek en direct zei ik tegen ze: Het werk is ook van jullie, maak er maar gebruik van. Een probleem in mijn leven was, dat ik nooit een duidelijke roeping had ervaren. Meer een algemene leiding van de Heer in de trend van; Dit is de weg, wandelt daarop. Nooit heb ik speciaal een roeping ervaren om bijv. verslaafden op te vangen of een leefgemeenschap te leiden. Zo kwam het, dat ik de volgende jaren veel dingen, op de tast heb gedaan, zonder echt Gods wil hiervoor te weten. Meerdere huizen werden opgeknapt, er kwamen veel meer fransen over de vloer en meerdere echtparen zouden komen om als medewerker mee te helpen. Meerdere echtparen zouden na een paar jaar weer weg gaan, omdat de spanning in de leefgemeenschap te groot was en er ook gebrek was aan duidelijke visie. We waren een leefgemeenschap, vingen moeilijke jongeren op meestal met een verslavingsachtergrond, waren tweetalig, deden aan zending, werkten in de huizen, tuinen en forellenkwekerij. Kortom het werk was veelzijdig; zo veelzijdig dat het verwarrend was en spanningen gaf.

Na het overlijden van Tante Myra kwam er eerst een Hollands echtpaar meewerken met twee kinderen. De voorgangers van hun gemeente kwamen vaak op bezoek en later heb ik me ook bij hun gemeente in Nederland aangesloten. Sommigen vonden het natuurlijk zielig dat ik niet getrouwd was en probeerde me dan ook aan meerdere vrouwen langs te laten komen, want men vond dat ik toch wel een vrouw nodig had.

Nu had ik zelf min of meer aanvaard “celibatair” te blijven. Dit had verschillende redenen; mijn homoseksuele gevoelens, mijn schaamte en frustraties over mijn mannelijkheid, Tante Myra had de overtuiging dat ik “celibatair” moest blijven,en zei mij dat ook. Zelf had ik mijn strijd met homoseksuele gevoelens en mijn eigen verlangen er daarom “alleen” voor Jezus te zijn.

Toch verlangde ik vaak naar intimiteit en iemand te hebben voor mezelf, om lief te hebben en om geliefd te worden. Op een keer kreeg ik een brief  van een zus van een vriend van mij, die in Hong Kong werkte, waarin ze schreef; God houdt van je, om wie je bent niet om wat je doet. Nu dacht ik dat ze schreef; Ik hou van je, om wie je bent en niet om wat je doet. Toen ik dacht dit te lezen werd ik helemaal warm van binnen en dacht: als zij iemand is die van mij houdt om wie ik ben, dan zou ik zo met ze trouwen. Het leek me geweldig iemand te hebben, die van je hield om wie je bent! Ik kon me zoiets gewoon niet voorstellen, ook niet naar God toe. Ik dacht altijd, dat God van me zou houden als ik maar goed deed!

Verliefd

Toen ik in het najaar een keer in de gemeente Nehemia preekte in Zwijndrecht, werd er iemand verliefd op mij, die ik niet kende: Ineke Snaaijer. Een tijdje later schreef zij mij een kaartje met wat gezellige praatjes erop. Ook hoorde ik van anderen, dat ze me leuk vond. Dit trof mij heel erg, omdat ik haast niet voor kon stellen dat iemand “zo maar” van me kon houden, zonder dat ik daar iets voor gedaan had.

Ik had ook altijd gebeden; Heer, als U een vrouw voor me hebt zal ik er niet naar zoeken maar wilt U haar dan naar me toe brengen. Wat niet eenvoudig is, als je in een vergeten uithoek van Frankrijk woont. Zo kwam het dat, in mei 1990, Ineke op bezoek kwam in Cantignergues, ik vond haar best leuk maar in het begin waren er best wat spanningen. Toen we op een maandag met de gasten naar het strand gingen, ging zij ook mee. Daar het warm was en ik geen T-shirt mee had genomen gaf ze mij een T-shirt van haar en ik trok die aan, dat deed de vonk over slaan; ik was verliefd voor de eerste keer in mijn leven!

Nu was er in mijn gevoelens veel verwarring; aan de ene kant had ik deze gevoelens naar een vrouw, nooit de kans gegeven ze te uiten en had ik ze weg gedrukt. Nu deze gevoelens zo sterk naar voren kwamen maakten ze me aan de ene kant blij en aan de andere kant maakten ze me bang. Ineke had ook nog haar angsten van vroeger en dit maakte, dat ik me het ene moment enorm verliefd voelde op Ineke en het volgende moment, ze me teveel werd. Dit was heel verwarrend in mijn gevoelens. Toen ze dan ook na een weekje weer terug ging naar Nederland, dacht ik, ondanks dat ik van haar hield, hè, hè die is even weg en voelde ik me opgelucht! Deze tweestrijdige gevoelens zouden een bron worden van veel onzekerheid en verkeerde keuzes! Maandenlang bleven deze tweestrijdige gevoelens er, en de twijfel; wil God dit wel; is dit de goede keuze, moet ik niet met een andere vrouw trouwen.

Een aantal maanden later ging ik weer naar Nederland en had besloten het met Ineke uit te maken. Nu had men mij nog een andere vrouw aanbevolen, die een duidelijke zendingsroeping had en ik dacht, dat de Heer me naar haar toe leidde en wilde, dat zij mijn vrouw zou worden. Ik heb haar toen opgezocht en ongelukkigerwijs werd zij verliefd op me maar ik totaal niet; het was echt mijn type niet. Als gevolg daarvan bezocht ik Ineke weer en ik had het gevoel thuis te komen en was weer stapel verliefd op haar. Na een week ging ik weer terug naar Frankrijk en ik zou eind november weer naar Nederland komen. Thuis gekomen begonnen weer die verwarde gevoelens; ik zat gewoon in de knoop en durfde het niet aan.

Toen ik in november weer naar Nederland ging kreeg ik het heel benauwd in de wagen en dacht echt, dat Gods toorn op mij was omdat het Gods wil niet was dat ik trouwde. Ik wilde absoluut gehoorzaam zijn en besloot het nu definitief uit te maken met Ineke. Dat was natuurlijk voor haar heel pijnlijk en we zouden dan ook ruim vijf jaar geen enkel contact meer met elkaar hebben. Dit alles laat zien hoe zeer ik nog onder de wet van prestatie leefde, de wet eist gehoorzaamheid en dat eiste ik ook van mezelf, want alleen als ik God volkomen gehoorzaamde zou God blij met me zijn. Wat een verlossing was het toen ik later de waarheid ontdekte, dat ik voor God rechtvaardig ben door die ene daad van gehoorzaamheid van Jezus. Zoals staat in Romeinen 7 vers “Want, gelijk door de ongehoorzaamheid van een mens zeer velen zondaren geworden zijn, zo zullen ook door de gehoorzaamheid van een zeer velen rechtvaardigen worden.”

De celibaats belofte

Daar ik die tijd contact had met de Jesus Fellowship in England, die officieel een spéciale status toe kennen aan celibatairen, besloot ik officieel celibatair te blijven en de celibaatbelofte af te leggen. Nu had ik wel reserves in mijn hart en ik zei dan ook tegen God; Heer, ik wil er volkomen voor u zijn, maar U bent Meester, als het voor één of andere reden beter is dat ik trouw; Uw wil geschiede, maar zelf zal ik absoluut niet meer naar een vrouw zoeken.

Zo heb ik op een dag op een grote conferentie in Londen, de celibaatbelofte afgelegd. Ik verwachte daar een geweldige zegen van, want nu had ik toch wel de uiterste prijs betaald. Jezus was celibatair en ook Paulus, door die daad zou ik toch wel meer Gods aandacht krijgen. Ik dacht werkelijk; nu gaat het gebeuren, ik ben volkomen aan God toe gewijd, nu gaat Hij me machtig gebruiken. Wat kan een mens toch vast zitten aan wettisch denken, nog steeds probeerde ik Gods zegen en wekgevallen te vinden door wat ik deed en niet door Jezus volbrachte werk. Wat een sluier en verblinding geeft de wet! Ik dacht ook met heel mijn hart dat ik meer overwinning zou hebben over mijn seksuele gevoelens en definitief mijn probleem met zelfbevrediging en homoseksuele gevoelens zou kunnen overwinnen. Wat ik niet wist dat alleen genade vrijmaakt van zonde en dat de wet, en dus eigen werk, alleen maar zonde versterkt.

Dus helaas werden mijn problemen erger en werd ik, tot mijn grote schaamte, verliefd op een jongen, die in het centrum opgevangen was. De ouders van deze jongen waren gescheiden en hij had nooit een relatie met zijn vader gehad. Hij klampte zich aan mij vast als zijn nieuwe vader en emotioneel  kregen we een diepe band, wat uit zou lopen op een emotionele binding wat co-dependentie (emotionele afhankelijkheid) heet.

Als leider van het werk, kon ik natuurlijk nooit vertellen, wat voor gevoelens ik voor hem had en omdat we  dag en dag met elkaar te maken hadden, werd dit een enorme strijd en spanning. Deze beproeving zou vier jaar gaan duren en hierdoor kwamen allemaal problemen van mijn hart naar boven. Het was een zeer moeilijke situatie; ik was leider van een werk; ik preekte, gaf bijbelstudies, sprak in franse gemeenten. We hadden een tweetalig centrum, vingen drugsverslaafden op. Dit alles vroeg een krachtig en visionair leiderschap.

Naar buiten toe probeerde ik wel deze krachtige leider te zijn, maar in mijn hart werd ik verteerd door een vreselijk schaamte, dat ik verliefd was op een jongen, die 20 jaar jonger was. Door deze schaamte en schuld gevoelens verloor ik hoe langer hoe meer mijn zekerheid en autoriteit, en zag, dat ik het werk niet aankon. Gelukkig was daar de trouw van God en ik toch altijd in God en Zijn woord mijn vreugde vinden.  Door Zijn genade en bescherming viel ik niet in zonde en heb ik nooit een homofiele relatie gehad. Daardoor durfde ik toch bij God te komen en een leven van lofprijs te hebben. Gelukkig heeft God me, in die moeilijke jaren ook mensen op mijn weg gebracht, waaraan ik deze diepe problemen kon belijden en dat luchtte me enorm op.

Het is zo belangrijk, als er zulke diepe problemen zijn, open te zijn naar iemand en er samen over te bidden. Zo gaf de Heer me in die tijd een fijn contact met een leider van de Jesus Fellowship in Engeland en kreeg ik ook een fijn contact met Martie Haayer, die vaak tijd nam, alles met me door te bidden. Ik werd door deze kontakten enorm gezegend en bemoedigd en zag in deze tijd de enorme kostbaarheid van Gods familie en hoezeer we elkaar nodig hebben. Meer en meer begon ik Gods genade te begrijpen. Helaas bleven toch de problemen en deze strijd met mijn seksualiteit en de diepe behoefte aan intimiteit en vriendschap.

Verlossing

In 1994 las ik van een seminar wat gehouden zou worden in Bern in de gemeente van Martin Bühlman, er zou ook een workshop gehouden worden door een bevrijde homofiel over gebroken seksualiteit. Daar ik er niet meer uitkwam, voelde ik echt dat de Heer wilde, dat ik daar heen zou gaan. Ik schreef me in, en in oktober 1994 ging ik alleen naar Bern. Toen ‘s avonds de samenkomst begon, wist ik niet wat ik meemaakte en schrok vreselijk van wat ik zag. In het voorjaar namelijk van 1994, was er een nieuwe beweging begonnen in een kerk in Toronto, later de Toronto blessing geheten. Deze vernieuwing ging gepaard met veel manifestaties; mensen die vielen in de Geest, lachten, schudden en zich spastisch gingen gedragen.

Martin Bühlman en de meesten van zijn  kerk waren in Toronto geweest en waren daar aangeraakt. Toen ik de eerste avond meemaakte, dat honderden mensen op grond vielen, schudden, spastisch rondliepen, en, voor mij, hysterisch, lachten, dacht ik werkelijk, dat ik tussen gekken terecht was gekomen, en besloot zo snel mogelijk weg te gaan. Ik dacht: dit is absoluut niet van God, hier wil ik niet bij zijn. Toch was er iets wat me tegenhield weg te lopen, later was de prediking best heel goed, maar ik ging toch ‘s avonds verward naar mijn hotel kamer.

De volgende dag sprak ‘s morgens, een heel kleine Japanse broeder, hij was een bevrijde homofiel, die ook de workshops zou geven over gebroken seksualiteit. Het zou een heel bijzondere samenkomst worden. Hij liet de mensen opstaan, om over hen het Woord van God te lezen en gelijk was er een bijzonder krachtige zalving in de zaal. Deze broeder had niets bijzonders van zichzelf en toch raakten van het begin af aan, de woorden, die hij sprak, mij diep in mijn hart. Dit was werkelijk heel bijzonder; nooit spraken woorden zo direct tot mijn hart, het was zoals de Emmaus gangers zeiden; “branden zijn woorden niet in ons hart”.

Ik wist nu waarom ik in Bern moest zijn: het was om deze broeder te horen en God zou tot me spreken. Van toen af aan nam ik alle manifestaties op de koop toe. Zijn preek van die ochtend ging over “schaamte” en dat was een groot probleem van me. Hij sprak zo eerlijk en open over het probleem, dat ik me echt “naakt” voor God voelde staan. Hij sprak zeer krachtig over het kruis en dat Jezus al mijn zonden had gedragen en voor mij naakt aan het kruis hing en mijn schande en schaamte had gedragen. Ik voelde me zo vol schaamte, vastgelopen, schuldig over mijn homofiele gevoelens en doordat ik door deze prediking, Gods oneindige liefde en barmhartigheid zag, kwam ik voor het eerst van mijn leven tot een diepe zondeovertuiging, tot mijn verbazing was het geen schuld gevoel, maar een diepe overtuiging dat ik vastgelopen was en dat er buiten Jezus om, geen enkel heil en hoop is. Als Hij niet voor mij gestorven was, zou er geen enkele hoop zijn. Toen de oproep kwam, ging ik naar voren, en kon me in mijn wanhoop weer vastklampen aan het kruis; nooit was het kruis zo kostbaar voor mij; Ik kon al mijn schuld, zonde, schaamte en schande bij Hem brengen; Hij had het allemaal gedragen. Het begon door te dringen, dat om het heil te ontvangen, er geen enkel werk van mij verwacht word, en ik kon hem ook niets meer brengen.

Ik kon alleen maar voor Hem neer vallen en zeggen; Dank U, dank U Jezus, duizend maal dank. Het is omdat U voor mij stierf, dat ik leven kan hebben: HET IS ALLEEN UIT GENADE! Alleen door uw bloed en genade ben ik God welgevallig. Ik heb toen die morgen een diepe openbaring van het kruis gekregen en een geweldige openbaring van wat Gods genade is. Amazing grace that saved a wretch like me!

De volgende dagen waren de workshops een grote zegen voor me en de Heer deed een diep werk in mijn leven. Het was vooral de grote openheid en eerlijkheid waarmee over intieme dingen werd gesproken, wat me enorm hielp. Met mijn probleem mocht ik gewoon open voor God komen; het was niet taboe. Helaas is, over het algemeen genomen, het vlak van de seksualiteit, een terrein wat taboe is in de kerk. Hierdoor blijven diepe noden in het verborgene en het is daar, waar de duivel zijn spelletje kan spelen, met tot gevolg, grote zonden op seksueel vlak, diepe frustraties en onopgeloste problemen. God wil heel ons leven in het licht brengen en in het licht reinigt het bloed van Christus ons van alle zonden.

Wat me ook duidelijk was geworden was, dat ik over deze dingen open met mijn ouders moest spreken. Ik had immers twaalf jaar geen contact met mijn ouders gehad en de laatste jaren hadden we elkaar weer een paar keer gezien. Ik had wel eens terloops tegen mijn moeder gezegd, dat ik problemen had met homoseksuele gevoelens, maar nooit echt mijn getuigenis gegeven.

Deze keer besloot ik over dit alles heel open met mijn ouders te praten, wat natuurlijk niet makkelijk was. Toen ik een maand later in Nederland was, heb ik met hen heel open gepraat, wat een grote zegen was voor hen en mezelf ook veel verlossing bracht, vooral wat betreft mijn diepe schaamte. Jaren terug zou ik liever gestorven zijn, dan hierover te spreken met mijn ouders, maar gelukkig had God Zijn werk gedaan in mij en gaf Hij genade dit te doen. Als je door liefde en genade open komt is de angel eruit, kan schaamte niet meer bestaan en kan er verlossing komen. Hoe belangrijk is het, om transparant en eerlijk te zijn, opdat er genezing kan komen. Genade stroomt binnen waar, waarheid regeert.

Nieuw begin ?

Terug gekomen in Cantignergues, nam ik vol moed mijn leiderschap weer op en probeerde een goed leider van de leefgemeenschap te zijn. Probeerde, daar was ook alles mee gezegd! Onze probeersels, de grootste belemmering van de Heilige Geest! Er waren zoveel probleemgevallen in onze leefgemeenschap bij elkaar, dat er vrijwel geen dag voor bij gingen zonder spanningen. Een leefgemeenschap is mooi, mits er eerst grote genade is onderling en ieder het werkelijk doet uit liefde voor Jezus, bereid zijnde zijn leven af te leggen.

Het probleem was, dat drie van mijn naaste medewerkers allemaal mijn rechterhand wilde zijn. Er was streven, eerzucht; een franse zuster bleek verliefd op me te zijn en veel dingen te doen ”om mij te winnen”. Ik zelf had nog steeds strijd met mijn onzekerheid en ondanks, dat er meer overwinning was over mijn homofiele gevoelens, had ik nog steeds gevoelens naar die jongen in de leefgemeenschap Al met al dus een ontplofbare situatie! Wat een genade, dat als wij de situatie niet meer onder controle hebben, onze Heer het wel heeft; gezegend zij Zijn naam! Als God echter de dingen in Zijn hand neemt, gaat dat vaak niet zoals wij willen, wij willen succes, dat alles “goed” gaat. Toch is het voor God vaak de grootste overwinning, als wij falen en verliezen; het is dan, dat we beseffen hoe we Hem nodig hebben. God zou veel dingen gaan verbreken, juist om te genezen. Zoals Gods woord zegt:

Ziet nu, dat Ik, Ik het ben, daar is geen God, behalve Mij. Ik dood en doe herleven, Ik verbrijzel en Ik genees, en niemand is er die redt uit mijn macht. Deut. 32:39 

Want Hij verwondt en Hij verbindt, Hij slaat en zijn handen helen. Job 5:18 

Een hele grote fout, van ons christenen, is dat we vaak het verkeerde medelijden tonen met mede christenen, die een moeilijke weg gaan van beproevingen en strijd. We beklagen ze en versterken ze in hun zelfmedelijden, wat hun geestelijke kracht ondermijnt. We zouden ze juist moeten bemoedigen, sterk en krachtig te zijn en te blijven zien op Hem, die alle dingen doet medewerken ten goede voor degenen die Hem liefhebben. Een christen moet enorm waken zelfmedelijden te hebben, hij moet zich verliezen voor Christus. Door zelfmedelijden handhaaft en versterkt hij zijn oude mens. Nu had God al meerdere malen gezegd dat Hij nieuwe dingen wilde doen, maar door gewoonte bleef ik maar door functioneren in het centrum “zoals het altijd geweest was” en dat begon een dodende traditie te worden.

Zo begon God in 1995 hoe langer hoe meer alles vast te laten lopen. Op de forellenkwekerij kregen we een virusziekte, waardoor we veel vis verloren. Verschillende mensen gingen weg, een medewerkers echtpaar werd door God bevestigd om voor Derek Prince ministries boeken te vertalen in het frans. De visie, die ik voor de leefgemeenschap had, begon hoe langer hoe meer te wankelen. In dit jaar begon ik ook weer verlangens te krijgen om te trouwen en hiervoor te bidden. Ik voelde me wel schuldig, als ik er voor bad, omdat ik een celibaat belofte had gedaan, maar durfde het toch, omdat ik niet was bevestigd in mijn keuze.

Als ik dacht aan trouwen, dacht ik altijd; als ik trouw zou ik met Ineke willen trouwen, want diep in mijn hart hield ik van haar en zij was ook de enige waar ik ooit gezonde seksuele gevoelens voor had gehad. Ik wist echter totaal niet of ze ondertussen niet al getrouwd was. In november 1995 besloot ik met een franse broeder naar Toronto te gaan, om daar twee weken door te brengen in de Toronto Airport Christian Fellowship.

Dit zou het begin worden van diepe, ingrijpende veranderingen. God sprak me daar op verschillende punten aan, onder andere, dat de grootste zonde de overtreding van het grootste gebod is: God niet liefhebben met heel je hart, met heel je ziel, met heel je kracht en verstand. Het gaat Hem niet zozeer om wat we doen, maar wie we zijn en of we Hem liefhebben

Ik kwam erachter dat, voor mijn gevoel, mijn waarde voor God toch wel heel erg afhing van mijn werk en trouw naar God toe en vooral naar het werk. Ik was immers de opvolger van Tante Myra en droeg haar “mantel” om het werk door te zetten. Voor mij was haar ”werk” stopzetten zoiets als God verloochenen en ik dacht daarmee echt Gods toorn op mijn hals te houden. Eén van de woorden die ik daar kreeg was: Een hart kan volkomen ruw en verwond raken, als je functioneert in omstandigheden of een plaats die je niet past. Het is als schoenen, die te klein zijn; je krijgt er blaren van. Zo voelde ik me precies; alsof ik functioneerde in een roeping die me niet paste; de mantel van Tante Myra paste me niet!

Op een avond ging ik naar voren voor gebed en viel in de Geest. Toen ik op de grond lag liet de Heer me een gebeurtenis zien, die een paar weken geleden gebeurd was. We leefden in Frankrijk in een dorpje tegen de bergwand gebouwd en er waren daar veel muurtjes.

Op een dag stond Michaël (twee jaar), een zoontje van een medewerker, op een muurtje, twee meter boven me. Ik zei tegen hem: spring maar en vol vertrouwen sprong hij naar beneden in mijn armen. Zijn moeder zag dat en zei; Nou, hij vertrouwt je wel, want bij mij springt hij geeneens van een stoel in mijn armen. Ik voelde me blij en trots worden en dacht; ja, wat een vertrouwen heeft dat kind in mij.

Toen ik daar in Toronto op de grond lag, kwam deze gebeurtenis in mijn gedachten, maar ik zag mijzelf op het muurtje staan en God, de Vader, onder aan het muurtje en God zei: spring maar!! En ik durfde niet, ik kon en durfde me absoluut niet over te geven en aan Hem toe te vertrouwen. Ik wist in mijn hart, dat ik Hem moest vertrouwen, ook om behouden te worden en ik kon het niet, met geen mogelijkheid. Ik dacht in mezelf, maar Heer, als ik u zelfs niet kan vertrouwen en er geloof nodig is, om behouden te worden, dan ga ik verloren, er is niets in mij wat kan maken dat ik behouden kan worden. Mijn goede werken niet, noch mijn gehoorzaamheid, noch mij celibaatsbelofte. Ik begon toen vreselijk te huilen, nooit in mijn leven heb ik zo gehuild, het was alsof ik mijn ziel eruit huilde. De mensen moeten wel gedacht hebben, want ik lag letterlijk schreeuwend te huilen op de grond. Ik herhaalde maar in mezelf, maar Heer, wie kan dan behouden worden, ik kan het niet, ik kan het niet, Ik durfde me niet aan God toe te vertrouwen, want ik was bang dat Hij me zou laten vallen, want er was zoveel slechts in mij.

Na een tijd, toen ik alle verlorenheid en wantrouwen eruit gehuild had, zei de Heer heel liefdevol; Je kunt van die muur in mijn armen springen, omdat Ik het ben en Ik het je zeg. Mijn zoon Jezus heeft alles voor je volbracht en daarom zal ik je nooit laten vallen. Toen plotseling zag ik mijn probleem: Mijn proberen Hem te behagen door mijn gehoorzaamheid en niet door geloof. Ook om Hem te vertrouwen steunde ik op mijn vermogen, te vertrouwen. Ik vertrouwde op de kracht van mijn geloof en niet zoals David zegt in Psalm 62; Op God rust mijn heil en mijn kracht.

Toen zag ik, dat de mogelijkheid om te kunnen vertrouwen, komt, door het persoon, die vertrouwen wekt.  Ik kon Hem vertrouwen, omdat Hij zo liefdevol en trouw en barmhartig is, Hij had zijn liefde bewezen, door voor mij te sterven. Toen durfde ik te springen; alleen omdat Hij het zei en Hij het voor mij volbracht had. Toen ik sprong werd ik overspoeld door Zijn liefde en vreugde en begon van vreugde vreselijk te lachen van blijdschap en bleef maar herhalen: Het is door Hem, het is door Hem, ik kan het door Hem Halleluja !

Ik weet niet hoe lang ik op de grond heb gelegen, maar toen ik opstond waren de meeste mensen weg. Ik was gewoon dronken van geluk en zijn liefde en kon alle mensen wel omhelzen. Daarna liep ik dagen rond zeggende; Heer, het is niet mogelijk deze liefde van U; Ik kan het gewoon niet geloven, hoe groot Uw liefde is. Vergeef mij mijn ongeloof, mijn vertrouwen op mijn gehoorzaamheid en al mijn eigengerechtigheid

Voor mij seksuele gezondheid en genezing was het zo belangrijk een openbaring van de Vaders liefde te krijgen. Een van de grondoorzaken van homoseksualiteit is een gebrek aan mannelijke bevestiging in de jeugd. Ik weet dat ik wel eens plotseling dacht mijn vader te zien en dat ik dan schrok en bang was; wat zou hij nou weer te zeggen hebben. Zo was ik in wezen ook naar God de Vader toe en hoe bedroefde ik Hem daar mee. Zo zijn we helaas vaak; de Vader komt ons tegemoet, roept ons bij onze naam en we vluchten voor Hem weg als een geslagen hondje. Ik bedroefde de Vader door Hem niet te vertrouwen en me niet in zijn armen te werpen. God openbaarde veel dingen in mijn leven die moesten veranderen. Het is best heel pijnlijk de naaktheid van je leven te moeten erkennen.

Op één van de laatste dagen, dat we daar waren, gingen we nog naar een bidstond. Nu waren er nog wel eens wat rare manifestaties en onder de bidstond was er een verweerde broeder, die naar ik later hoorde, in het ruige Alaska werkte en wel eens in de samenkomsten kwam. Deze broeder gedroeg zich naar mijns inziens, aller belachelijkst; hij liep op één been en één hand rond, heel de tijd gniffelende en lachende. Toen ik hem zag dacht ik; wat een mafkees, zoiets moeten ze toch verbieden; hij lijkt wel stomdronken. Ik had moeite met me te concentreren op het gebed en irriteerde me groen aan die broeder. Tot overmaat van ramp, kwam hij op een gegeven moment, gniffelend naar me toe geschuifeld en ik hoopte nog dat hij snel naar de andere kant van de zaal zou gaan. Helaas gebeurde dat niet en kwam hij naar mij toe.

Ik bad nog; Heer, bescherm me, maar hij legde zijn hand op mijn rug en begon voor me te bidden. Ik weet niet wat hij bad, maar ik weet wel, dat Gods kracht op me kwam en ik voelde het vuur van God in me branden. Toen zei de Heer tegen me; na de samenkomst moet je hem vragen voor je te bidden. Ik dacht nog; oh, nee, hè Heer, volgens mij is hij niet in staat om te bidden. Daar ik echter ervoer, dat Gods zalving op hem was, heb ik het toch maar gedaan. Toen hij bad ervoer ik weer heel sterk Gods kracht en hij begon te profeteren:

Ik wil nieuwe dingen doen, maar Ik wil ze uitwerken. Ik wil niet dat jij ze uitwerkt. Door de wijze waarop je Mij gediend hebt en mijn werk hebt gedaan, heb je veel schade toegebracht aan je eigen hart en ziel, wat Mij veel tijd kost om te repareren. Je moet leren Mij de plaats te geven om Mij mijn werk te laten doen. Ik breek en blaas de muren van je hart en van je theologien weg, maar Ik zal als een muur om je heen zijn. Leer als een kind van vier je in mijn aanwezigheid te verheugen en te dansen van blijdschap. Ik zal voor je een dis aanrichten voor de ogen van wie je benauwen. Leer blij te zijn om wie ik ben en mijn liefde voor jou. Wandel in volkomen rust en vertrouwen. Ik neem verantwoording voor jou en je werk. Ik bouw mijn kerk. Leer te leven vanuit de overvloed van Mijn Geest; dit is leven in overvloed.

Deze woorden troffen me diep in mijn hart en ik wist dat alles diepingrijpend moest veranderen. Ik had het gevoel, dat alle muren om me heen weg waren geblazen en dat ik niets meer over had; maar de Heer zei: Ik zal je muur zijn. Zo werd ik in alles op Hem teruggeworpen, op Zijn liefde, karakter en bescherming. Zijn genade is mij genoeg. De Heer gaf me later nog een ander beeld om te tonen op wat voor wijze ik Hem diende. Ik zag mezelf voor een tafel staan, vol met de gaven van de Heer, ik was heel de tijd bezig van Zijn goede gaven uit te delen, met mijn rug naar de tafel toe. Ik deelde Zijn woord uit, Zijn liefde, de Geestesgaven enz. Ik was daar heel druk mee bezig, totdat ik me omkeerde en zag dat er iemand aan de tafel zat. Ik zag, dat het de Heer was, maar Hij was bedroefd en huilde. Ik keek Hem vragend aan, want ik dacht dat ik zo goed bezig was; ik was toch gehoorzaam en immers bezig met Zijn gaven uit te delen.

Toen zei Hij; zou je niet eens met Mij aan tafel willen komen zitten om samen met Mij te genieten van Mijn gaven. Ik begreep toen, dat ik zo hard bezig was met werken voor Hem, dat ik daarbij Hem vergeten was. Het was duidelijk, dat God wilde dat ik meer tijd met Hem en bij Hem besteedde. Het is zo waar; God heeft ons in de eerste plaats geroepen om gemeenschap te hebben met Zijn Zoon Jezus Christus. Toen Jezus zijn discipelen riep, riep Hij ze in de eerste plaats om met Hem te zijn en pas daarna om hen uit te zenden.

Met deze woorden in mijn hart keerde ik terug naar Zuid-Frankrijk. Toch drong het nog niet erg tot me door, dat ik het werk zoals het nu bestond echt in de dood moest geven, opdat God werkelijk iets nieuws kon doen. Ik probeerde nog op de oude voet door te gaan maar het lukte niet meer. Toen besloot ik in december 1995 definitief mijn leiderschap over de gemeenschap op te zeggen en het werk zoals het nu functioneerde stil te leggen. Ik begreep, dat ik al mijn zwoegen, werken en “bediening” aan zijn voeten neer moest leggen en bereid moest zijn eraan te sterven. Want ik dacht altijd dat ik door mijn bediening en werk voor Hem zijn liefde kon winnen.

Het sterven van een werk

Was ik nu bereid niets voor Hem te doen en me door Hem te laten liefhebben. Met veel pijn en tranen, gaf ik het werk en mijn zwoegen in de dood en zei: Heer, ik ben bereid alles los te laten en gewoon in de maatschappij te gaan werken; ik heb gefaald! Toch gaf me dit soort falen, een soort vrede en rust; ik hoefde niet meer zo nodig! Ik hoefde me niet meer te bewijzen door mijn gehoorzaamheid en beloften. Vaak zijn onze nederlagen, Gods successen; God openbaart zijn kracht in onze zwakheid! De laatste maanden had ik weer veel aan trouwen gedacht en dan dacht ik vaak: als ik nog trouw zou ik toch graag met Ineke trouwen, maar ik wist helemaal niet of ze nog vrij was, misschien was ze wel getrouwd!

 Huwelijk

Toen ik in januari 1996 naar Nederland ging en moest spreken in mijn thuisgemeente in Nederland, hoopte ik stilletje dat ik Ineke zou zien, maar ze was er niet. Elke keer als ik aan haar dacht werd mijn hart warm en was ik verliefd. Toch hadden we elkaar vijf jaar niet gezien. Ik kon echter niet de vrijmoedigheid vinden om contact te zoeken met Ineke, ook omdat ik beloofd had celibatair te blijven.

Op een gegeven moment was ik aan het eten bij de voorganger en zijn vrouw, toen zijn vrouw aan tafel vroeg; Hoe zit het nou eigenlijk met je celibaatbelofte? Ik heb daar altijd een naar gevoel over gehad en had het gevoel, dat God wel wilde dat je trouwde. Ze zei het op een zodanige wijze, dat het mijn hart raakte en me op één of andere wijze vrij zette om er open over te praten. Toen ik er over praatte kwam er grote vreugde in mijn hart en de gedachte: zou God dan misschien toch willen en toestaan, dat ik trouwde; ik werd zo blij met die gedachte. Naar aan leiding van dit gesprek en deze ervaring besloot ik Ineke mijn gebedsbrief te sturen. Zo schreef ik haar voor het eerst sinds vijf jaar en klein regeltje onder aan mijn gebedsbrief: laat weer eens wat van je horen?

Spoedig schreef Ineke aarzelend terug, want ze wilde niet weer teleurgesteld worden. Ze bleek nog steeds verliefd te zijn en had gedurende, die vijf lange jaren altijd gewacht en gebeden. In december 1995, juist toen ik ook weer verliefdheids gevoelens naar Ineke kreeg, was ook zij weer veel met mij bezig geweest. In maart ben ik Nederland gegaan, om met Ineke naar een conferentie in de Bron te gaan en daar voor onze toekomst en relatie te praten en te bidden. Het is daar dat, ik haar ten huwelijk heb gevraagd en we besloten op 27 augustus 1996 te trouwen.

Na alle voorbereiding trouwden we in de Volle Evangelie Gemeente Nehemia in Zwijndrecht. Honderden gasten waren gekomen en het werd een onvergetelijke dag voor ons en voor de gasten. We zijn nu meer dan 15 jaar getrouwd en we zijn erg gelukkig met elkaar.

Wat is God goed geweest en wat een wonderen heeft Hij gedaan. We hebben zo’n goed huwelijksleven met elkaar en God heeft op het seksuele vlak zo’n wonder gedaan. Ineke is ook veel genezing voor me geweest, vooral op het gebied van mijn mannelijkheid heeft ze me geweldig bevestigd. Ik ben nu zo beschaamd over de leugens, die ik geloofd heb en die de duivel in mijn leven gezaaid had. Maar wie de Zoon heeft vrijgemaakt is werkelijk vrij en daar mag ik van getuigen. Ik begrijp nog niet in alles, hoe God het gedaan heeft, maar dat is niet belangrijk; Hij heeft het gedaan en het is alleen door Zijn genade en onmetelijke liefde. Aan Hem alle eer en lof. Nu weet ik me aanvaard door God, om wat Jezus heeft volbracht en dat is het ware evangelie.

Na ons huwelijk hebben we nog 4,5 jaar in Frankrijk gewoond, waar we werkten voor de gemeente en zendingswerk deden in de streek. Nooit kwam het in mijn gedachten op naar Nederland terug te keren. Toen we trouwden had ik tegen Ineke gezegd, dat ze er rekening moest houden dat ik nooit naar Nederland terug zou gaan maar dat als ik weg zou gaan uit Frankrijk, ik naar Afrika zou gaan. Bij God moet je echter nooit, “nooit” zeggen, want wat niet in mijn hart was gebeurde toch. Al langere tijd begon er onrust te komen in mijn hart en de vraag; Here, wilt u dat ik hier blijf, wat is de volgende etappe in mijn leven? Ergens had ik de diepe overtuiging dat mijn 25 jaar ik Frankrijk, alleen een voorbereiding waren voor wat komen zou. Op een dag had ik een gesprek met Bert de Haan, voorganger van de Nehemia Ministries. We hadden al vele jaren een goede vriendschap, want Bert kwam vaak op vakantie in onze streek. 

In dat gesprek vertelde Bert van zijn droom een fulltime Bijbelschool te beginnen in Zwijndrecht, en hij vroeg mij of het niet iets voor mij was om terug te komen naar Nederland en directeur van de Bijbelschool te worden. Tijdens dat gesprek gebeurde er iets. Plotseling was daar die absolute zekerheid dat dit Gods wil was en dat de Heer zei: “Dit is waartoe Ik je gevormd en voorbereid heb.” Met Ineke had ik nooit gesproken over een eventuele toekomst in Nederland. Maar toen ik vertelde dat God wilde dat we terug zouden gaan naar Nederland begon ze spontaan te huilen van blijdschap. Diep in haar hart was dit ook haar verlangen.

Zo zijn we in het jaar 2000 naar Nederland verhuisd en is in september 2000 de ‘School for Harvest & Ministry’ opgericht en waar ik achttien jaar als directeur en leraar deze Bijbelschool heb mogen dienen. In de jaren is deze school uitgegroeid tot een tweejarige fulltime opleiding met elk jaar tegen de negentig studenten. Helaas is deze school in 2018 opgeheven, door een veranderde visie van de gemeente. De afdelingen van de school die waren geopend in Suriname en Kenia functioneren nog steeds en daar ben ik nog steeds bij betrokken. Zo heeft God mijn wens om naar Afrika te gaan vervuld, omdat ik vrijwel elk jaar naar de Bijbelschool in Kenia ga, om daar les te geven aan studenten en voorgangers onderricht te geven. God heeft de vijfentwintig jaar in Frankrijk met al zijn strijd, eenzaamheid en beproevingen gebruikt om mij te vormen voor wat ik nu mag zijn en doen voor Hem. Door de genade van God ben ik wat ik ben! 

Ook met mijn ouders is het helemaal goed gekomen na de breuk van twaalf jaar. Sinds ik in Nederland woon, heb ik ze veel kunnen bezoeken. De laatste jaren van mijn vaders leven heb ik hem veel kunnen helpen. Toen mijn vader stervende was en veel leed, zei een verpleegster dat hij heel de nacht naar mij had geroepen en wilde dat ik bij hem was. Dat raakte mij echt dat mijn vader in zijn nood naar mij vroeg. Voor mij gaf dit ook een diepere openbaring van wie God is als Vader. Niet alleen heb ik God nodig als Vader, maar Hij roept ook naar mij en verlangt dat ik bij Hem ben. Nu hij overleden is kan ik echt zeggen dat ik van hem ben gaan houden en ik hem mis. Mijn moeder heb ik ook mogen helpen in de jaren dat ze leed aan Alzheimer, in alle rust is zij ook heengegaan naar haar Heer.

Het is met veel vreugde dat ik een boodschapper mag zijn van het Evangelie van Gods genade. Ik mag een nieuwe generatie Gods Woord leren op de nieuw opgerichte avond-Bijbelschool FM Bible College. (www.fmcollege.nl) Ook mag ik in  veel gemeenten in binnen- en buitenland Gods Woord brengen, door onderricht, seminars en prediking. Mijn diepste verlangen is omschreven in wat Paulus getuigde:

 “Maar ik tel mijn leven niet en acht het niet kostbaar voor mijzelf, als ik slechts met vreugde mijn loopbaan mag ten einde brengen en de bediening, die ik van de Here Jezus ontvangen heb om het Evangelie der genade Gods te betuigen” (Hand. 20:24).

Voor informatie over onze avond-bijbelschool Follow Me Bible College: www.fmcollege.nl